zakelijk

Interview 4 met Theo Jennissen, In dag 

 

1. Waar is die mooie muur?

Hier achter mij.

 

2. Hoe kom je op het idee van de handen?

Dat ontstaat tijdens het maken van de film. Ik heb die handen wel gefotografeerd met het idee daar kan ik iets mee, maar ik weet nog niet precies wat. Op een gegeven moment zie ik dat die handen richting aangeven en dan zie ik dat het daar moet.

Maar hoe kom je op het idee van die foto, van die handen tegen de muur?

Ja, dat weet ik niet, dat zie ik, dat kan ik niet uitleggen. Die handen die… nee, dat weet ik niet. Nou ja, laat ik zeggen: het hoofd en de handen zijn heel sprekend dus vaak fotografeer ik ook wel de handen maar dat hangt ook samen met: hoe is het licht en wat doet iemand met die handen en wat trekt mij daar in aan. De ene keer voel ik daar meer bij dan de andere keer en soms voel ik daar dan heel duidelijk bij: ik moet die hand fotograferen.

 

3. En dan de beginbeelden van dat kistje en die bladeren?

Die bladeren lagen er al van een andere sessie, die heb ik laten liggen en dat kistje eigenlijk ook. Je bedoelt: hoe kom je op het idee om die te gebruiken bij het portret?

Nee, bij het begin van de film is dat alles.

Ja, dat is de soberheid, ik vind ja dat het getuigen zijn van een soort soberheid en ook een soort melancholie die samengaan in deze film.

 

4. Het eerste portret 0.39 zie je dat ze de ogen dicht heeft. Vraag je dat aan je model?

Ik denk het wel. Ja.

Dan daarna zie je haar met de ogen open, wijdopen. Vraag je dat ook?

Ja, wat ik doe is precies dat… ik vraag vooraf: ik wil dat je je ogen dichtdoet en dan open en dan niet langzaam open maar plotseling, in een keer, dan trigger je bij iemand een soort blik die die normaal gesproken niet zou hebben. Als je forceert door te vragen om dat in een keer te doen, dan krijg je een andere blik.

 

5. Daarna is er weer een portret, op 1.27. Hoe krijg je haar zo intens aan het kijken?

Pffffff, ehhhh, dat weet ik ook niet. Zij heeft dat. Eh. Ja, eigenlijk. Ik zie mensen, ik vraag mensen om voor mij model te staan en dan zie ik dat er een intensiteit in die mensen aanwezig is dus ik hoef eigenlijk niet aan die mensen te vragen of zij die intensiteit willen laten zien aan mij, want ik zie dat zij die hebben. Het enige wat ik hoef te doen is op het juiste moment een foto maken. Dat kan niet bij iedereen.

Okay, het is dus al een selektie. je hebt haar dus gevraagd.

Ja, dat is wat ik zag. Ik zie de potentie van de intensiteit van de uitdrukking die iemand kan hebben en dat is niet zomaar bij iedereen aanwezig.

Wat zie je dan?

Ja, ik weet niet hoe ik dat moet uitleggen. Dat is een verstandhouding. Je ziet iets. Het is vergelijkbaar met waarom je op iemand verliefd zou raken. Dat kun je niet uitleggen. Je ziet iets in iemand en je denkt: dit is hem, of haar. Ik heb dat met dit soort dingen. Als ik haar zou fotograferen dan denk ik dat dat heel mooi zal zijn. Maar verder weet ik het niet.

En, in haar geval, je ziet haar en je vraagt haar dat en hoe reageert ze dan?

Nee, toen ik haar vroeg kende ik haar niet. Ik weet niet meer hoe ze reageerde. Het eerste kontakt is misschien van twintig jaar geleden. De film waar je het over hebt, is van een jaar geleden. Dus ik heb haar eerst op een andere manier gefotografeerd en nu dus weer gevraagd of we dat nog een keer zouden kunnen doen. Ze zei ja. Het allereerste kontakt was hier voor, op straat, ik zag haar lopen en ik ben naar buiten gegaan, ik kon haar nog bereiken. Ik vroeg: kan ik jou een keer fotograferen. Ze vond die vraag van mij niet heel lullig. Daaruit is iets voortgekomen. Maar meestal gaat het zo. Ik zie iemand en in iemand zie ik iets en dan weet ik ook niet wat het precies is, dat boeit mij, soms vraag ik het niet, soms wel.

 

6. Op 2.00, dan kijkt ze recht in de camera, het is een kunstwerk,wat gebeurt er tussen jullie dqat je zo een portret kunt maken? Die blauwgroene trui en dat ze zo kijkt.

Ja, dat weet ik zelf ook niet. zIk weet het gewoon niet. Eh… Ik weet alleen. Ja, er gebeurt een hele hoop waarvan ik niet weet wat het precies is. Jij wil weten wat er gebeurt?

Vraag je haar, kijk zus of zo?

Het zijn de dingen die gebeuren; het zijn niet de dingen die gebeuren omdat ik het vraag van doe dit of doe dat. De portretten zijn niet in elkaar gezet of bedacht. Ze ontstaan op het moment als interactie tussen haar en mij, tussen de geportretteerde en mij met alles wat wij op dat moment samen kunnen en dat is iets dat taltijd opnieuw moet ontstaan, wat ik niet van tevoren kan weten, ik kan het niet voorspellen, ik kan het niet in scène zetten. Het enige is: het moment waarop ik voel dat ik moet fotograferen dat herken ik enigszins. En dat is het. Verder weet ik het niet.

Dat moment, dan kijk je dus heel goed naar haar of iets in jezelf zegt het of kijkt zij zo omdat ze weet dat het moment daar is?

Nou ja nee, ik weet niet, nee, volgens mij.... Ik zie in de foto pas of het klopt. Ik voel op het moment van alles maar ik kan mij op het moment vergissen, ik kan er naast zitten, ik kan er op allerlei manieren naast zitten. In eerste instantie technisch doordat ik niet de juiste scherpstelling heb, dat soort dingen moeten ook allemaal kloppen. Dat is één faktor die een rol speelt. De andere faktor is: wat is de intensiteit van de geportretteerde. Wat is de intensiteit…. Waar komt die overeen met die van mij of waar komt mijn intensiteit overeen met die van haar of van hem. Wat is het moment waarop het unieke van ons samenzijn klopt in de foto?

 

7. Op 2.33 idem, wat gebeurt er tussen jullie. Ik zie weemoed in haar ogen.

Ja, ik zie in haar ook wel een soort van weemoed, een soort van tragiek. Maar ik wil niet weten wat de tragiek is. Ik wil het alleen maar aanduiden als onderdeel van het mens-zijn.

 

8. 2.50 Wat is dit in godsnaam voor stellage?

O ja, dat spinsel, ja, die heb ik gebruikt als een soort bruidssluier om haar daarmee te omgeven maar ook omdat ze eh… ja, dat zijn elementen….. ja, op een gegeven moment werd zij … ik heb elementen gebruikt uit andere sessies en een van die elementen is dat…. dat wist ik ook niet toen ik de film ging maken, maar ik was op zoek naar iets en dit gaf mij magie. De magie was dat zij overging van een bestaand persoon in het hier en nu naar … iemand uit de mythische wereld, een farao achtig wezen. Ik zag op een gegeven moment. Dat doe ik ook regelmatig bij films. dan ben ik ergens op zoek naar nog een beeld. Het liefst heb ik dat ik niet heel erg aan dat beeld moet sleutelen in de film. Het moet wel onmiddellijk passen, anders doe ik het niet. Eerst was er een omhulling waardoor ze a.h.w. niet meer in het hier en nu is, waardoor ze ergens anders naar toe verdwijnt en dan komt er nog een beeld overheen waardoor ze in een farao achtig wezen verandert wat weer verdwijnt en overgaat naar een ander beeld.

 

9. Op 3.13 poseert ze naakt. Is dat gemakkelijk voor jou om aan haar te vragen?

Wel en niet. Ik heb haar eerder naakt gefotografeerd dus in die zin was dat niet heel moeilijk. Maar ik wist het bij deze ontmoeting niet, we hadden niet afgesproken of het wel of niet naakt zou zijn. Er was een moment waarop ik vroeg: zullen we het naakt doen. Daar had ik wel enige moeite mee omdat ik dat normaal gesproken vooraf bespreek en nu niet. Dus ik voelde me wel een beetje ongemakkelijk. Maar bij haar was het uitgangspunt dat we dat zouden doen, dus ..

 

10. Op 4.38, vraag je haar zo te gaan staan, handen op de rug, naar beneden kijkend?

Eigenlijk zijn alle dingen die ik vraag..... Ik vraag het vaak wel omdat ik het eerder zie. Soms ben ik er net niet op tijd bij wanneer ik het zie. Of dan is wanneer ik het zie, het licht of de compositie of de achtergrond niet zoals ik het wil en dan vraag ik of ze datzelfde als dat er net was opnieuw zou willen doen. En dat lukt meestal niet en ik denk dat ik het in dit geval gevraagd heb, om tot dezelfde soort houding te komen. Dus ik vraag het wel, maar ik zie het altijd eerder; dan is het al gebeurd. Ik kijk naar hoe mensen zich bewegen en op grond van hoe zij zich bewegen, daarop stel ik mijn vragen in. Dus eigenlijk is het meer dat zij zich bewust worden van hoe zij zich bewegen en welke gebaren die ze maken en daar maak ik gebruik van. De gebaren die ze maken zonder dat ik het vraag, dat zijn hun natuurlijke gebaren.

 

11. Wat is jouw gevoel als man en als fotograaf als je een naakte vrouw fotografeert?

Eh. Ja dat weet ik niet. Heeft een fotograaf een voorkeur? Ik bedoel ja, dat weet ik niet. Ik voel van alles, alleen het is niet… laat ik zeggen… als een vrouw voor mij naakt is dan kan ik daar van alles bij voelen, maar het enige wat van toepassing is, is dat die foto´s goed worden en alle andere gevoelens die ik heb die zijn daar niet… die zijn daaraan ondergeschikt… Die moeten getransformeerd worden naar de foto. Dus het is niet zo dat ik zeg: het laat mij onberoerd of ik heb er geen enkele lustgevoelens bij. Dat is allemaal niet het geval.Dat is wel het geval, het gebeurt ook. Maar het is niet de bedoeling dat ik daar iets mee doe tijdens de sessie. Omdat ik als eerste insteek heb: ik wil dat fotografisch omzetten, als kunstenaar. Dat ken ik van mezelf. Anders vind ik het wel erg goedkoop.

 

12. Krijg je weleens een verhouding met je model of vaak of altijd?

Dat is wel een paar keer gebeurd ja. Niet vaak genoeg... nee, serieus, zeker niet altijd. Je hebt geen sexuele verhouding. Je hebt wel een verhouding, maar het is geen sexuele verhouding dus daar waar het zo wordt, gebeurt dit nooit tijdens het fotograferen.

Fotografeer je je model anders als je een verhouding met haar hebt?

Ja, dat is de reden waarom ik dat beter nooit kan doen.... . Nee, dat weet ik niet, dat weet ik eigenlijk niet. Eh. Ik heb zelf niet het gevoel dat het heel erg uitmaakt. Omdat… Maar ik kan me hierin vergissen. Ik weet het eigenlijk niet.

Het voelt niet als moeilijker?

Nee, het gaat meer om... ik denk dat het beste is om geen verhouding te hebben en om alle energie om te zetten naar kunst of naar fotografie. En niet naar het sexuele. Want wat naar het sexuele gaat, gaat in de kunst verloren. Dat denk ik, maar dat weet ik niet zeker.

 

13. De handen die binnenkomen op 4.55, ook weer prachtig. Hoe kwam je op dat idee, die handen aan het begin en aan het einde?

Het zijn dezelfde handen. Het sluit het in. De handen sluiten als het ware de film in. De ene hand wijst naar voren, naar de rest van de film. Op het einde wijzen de handen terug naar de film.

 

14. Prachtige tekst van Brodsky, hoe kwam je daar op?

Ja, dat zijn van die dingen die komen samen en daar heb ik geen verklaring voor. Ik was op dat moment met die tekst van Brodsky bezig, die heb ik al een keer eerder gebruikt. Niet die tekst maar een vertaling van die tekst. Ik weet het niet. Dat zijn van die dingen die gebeuren. Ik ben op zoek naar geluid en ik kom er niet uit en op een gegeven moment denk ik: ik ga kijken of die tekst die ik eerder gebruikte in vertaling, of die niet in het Russisch te horen is op youtube en dat was zo en toen merkte ik dat het klopte. Dus. Ik kan niet aangeven waarom ik dat gedaan heb.

Achteraf snap ik het wel: de beelden zijn heel sober en de tekst is heel sober. De beelden zijn ook, een soortement streng bijna. De tekst is dat ook. Wat is het in haar dat je op Brodsky komt.

Ja, ik denk de melancholie en de link naar… ja de dood; niet dat ik denk dat zij doodgaat maar zij heeft in de film iets archetypisch waardoor het gedicht van Brodsky wat over John Donne gaat, over zijn dood en over alles… alles slaapt daar omheen, maar niet alleen dat...., ook de klank en de toon. Iemand in Nederland weet niet waar het gedicht over gaat maar de wijze waarop het voorgedragen is vind ik zo mooi samengaan met de beelden. Dat het voor mij lijkt alsof Brodsky de tekst voor haar geschreven heeft.

 

15 Wat is haar kracht?

Ja, dat is … nou…. een overgave aan … het moment van fotograferen, zichzelf durven zijn in mijn foto’s. Ja, dat is de kracht. Dat vind ik ook dat de kracht moet zijn bij alle mensen die ik ga portretteren en dat is voor een deel hun kracht, of dat zij toestaan dat ik dat mag doen, dat is een samengaan van hun kracht en mijn kracht. Het moet voelbaar zijn voor de ander waar ik naar toe ga zonder dat ik dat moet uitleggen. Zodra je dat moet doen dan weet je dat je niet met elkaar in zee moet gaan. Het moet voelbaar zijn op een ander vlak, op een intuïtief vlak.

 

16. De film heeft iets zen-achtigs. Wat is het in haar dat ze zich zo kan laten zien. Eerder het tegenovergestelde van dood.

Ja, zij is heel doorzichtig, voor mij, voor mij. Misschien is ze dat ook bij andere mensen en in andere situaties niet. Dat maakt mij ook eigenlijk niet zoveel uit. Ja. Ik weet het ook eigenlijk niet wat dat is. Je ziet iets en ... wat ik zei... je spreekt iemand aan op straat en dan... denk ik dat daar iets in zit. Soms vergis ik me ook. Dan werkt het niet. 

Bij haar heb je je niet vergist.

Nee. Maar ik ben er helemaal niet uit. Ik weet het helemaal niet. Ik heb weleens bedacht: misschien kom ik eigenlijk alleen maar mensen tegen die ergens op de ene of andere wijze in mijn leven iets hebben betekend.... ik geloof niet in reïncarnatie maar stel dat ik daar wel in zou geloven dan zou ik denken dat ik in mijn vorige en misschien wel in mijn toekomstige leven, mensen tegenkom in het hier en nu. Dus dat ik in het hier en nu ontmoetingen heb en dat de ontmoetingen die mij raken blijkbaar iets betekenen in mijn leven. De wijze waarop het me raakt kan ik vaak niet beredeneren, er is iets waardoor ik dat voel. Soms denk ik weleens: ik kom alleen mezelf tegen. Dat zijn allemaal aspecten van mijzelf die ik in een ander herken waar ik iets mee wil. Dan werk ik daarmee, de ene keer op meer, de andere keer op minder geslaagde wijze. Waarschijnlijk is er niet veel meer aan de hand als dat. 

 

Hier is de film: In dag, Theo Jennissen